Olympische spelen 1928: Amsterdam, Nederland
Affiche van de Olympische Spelen van Amsterdam (beeld: stadsarchief Amsterdam)
Luchtfoto Olympisch Stadion tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen 1928 (beeld: Nationaal Archief)
Trivia
Sporten
Tijdens de Olympische Spelen van 1928 stonden er 14 sporten op het programma. Dit waren 3 sporten minder dan in 1924. Polo, rugby, schietsport en tennis stonden in 1928 niet meer op het Olympische programma. Hockey kwam weer terug op het programma na één editie van afwezigheid. Naast de 14 sporten stonden ook de kunstwedstrijden op het programma, deze zijn sinds 1952 niet meer erkend als Olympisch onderdeel.
Er stonden drie demonstratiesporten op het programma: kaatsen, korfbal en lacrosse. Dit was er één meer dan toegestaan. Lacrosse werd door het NOC (Nederlands Olympisch Comité) uitgekozen wegens 'Olympische potentie'. Korfbal kreeg een plek als demonstratiesport onder het mom van 'nationale sport' om zo meer publiek te trekken. Echter had het NOC dit ook al beloofd aan de kaatsbond om de Friese sport onder nationale aandacht te brengen. Omdat er maar 2 demonstratiesporten officieel toegestaan waren, werd korfbal de officiële demonstratiesport van de nationale sport en kaatsen werd aangemerkt als officieuze demonstratiesport. Kaatsen is dan ook door het IOC niet erkend als Olympische demonstratiesport.
Sporten tijdens de Olympische spelen 1928
Oranje = officiële erkende sport, blauw = demonstratiesport, grijs = voormalig olympisch onderdeel