Terwijl heel Nederland in rep en roer was over de wissel van Wennemars. Een onderwerp waar we over tien jaar ongetwijfeld een andere tijden sport over krijgen, ik zie de NOS al afreizen naar een afgelegen Chinees dorpje om Ziwen Lian te spreken. Zelf hield ik me ondertussen bezig met heel andere, filosofische vragen. Ik had namelijk net intens meegeleefd met het dubbel heren rodelen.
Over de wedstrijd: niets te klagen. Elke run was spannend. De Amerikanen zaten eerst ruim in het groen bij de Italianen, daarna werd het blokje rood. Nee, toch weer groen. Ah nee, tóch weer rood. Pfoe. En dan, in de laatste meters voor de finish, raken ze ook nog licht de ijsmuur en vallen ze buiten het podium. Enfin, de Italianen winnen. Euforie alom.
Maar terwijl zij feestvierden, bleef ik met vragen zitten.
Wanneer is het moment dat je denkt: ik wil graag dubbel rodelen? Dat je dat een keer alleen wilt proberen, kan ik me nog voorstellen. De kick van de hoge snelheden, winnen en verliezen op zelfs duizendste van secondes. Ik kan zeker begrijpen dat je graag op een rodelslee wil liggen. Wie in Nederland heeft er nou niet ooit op vakantie op een rodelbaan gezeten, en toch een rondje niet proberen te remmen.
Maar ergens moet je ook besluiten dat je het gezamenlijk wilt doen. Met z’n tweeën op één sleetje. Lekker knus. Waarbij de onderste maar moet vertrouwen dat de bovenste goed stuurt, terwijl hij zelf alleen maar tegen de achterkant van een helm aankijkt.
En stel: je maakt die keuze. Je gaat samen rodelen. En dan blijkt ook nog eens dat je er samen goed in bent. Maar toen rees bij mij de volgende vraag: hoeveel mensen zijn er wel niet die hier veel beter in zouden zijn, maar die er simpelweg nooit op zijn gekomen om samen te gaan rodelen?
Misschien lopen er op zaterdagmiddag door de binnenstad van ‘s-Hertogenbosch wel twee wereldtoppers rond, die het zelf nog niet weten. Misschien staat er op zondagochtend iemand naast u bij de kassa van de supermarkt die eigenlijk het talent heeft om olympisch goud te winnen bij het dubbel rodelen.
Daarom doe ik een oproep. Laten we het dubbel rodelen meer aandacht geven. Spreek elkaar aan met de vraag:
“Heb je er ooit over nagedacht om samen te gaan rodelen? Ik denk dat je er misschien talent voor hebt.”
Laten we als Nederland actief gaan scouten op rodelaars. Laat NOC-NSF een talentenprogramma opstarten, actief scouten op scholen. En wie weet staan we in Salt Lake City in 2034 wel met een gouden duo.
Overigens vroeg ik me nog iets af tijdens het dubbel rodelen: waarom bestaat dubbel skeleton eigenlijk niet? Je hoeft alleen andersom op een sleetje te liggen — dat kan toch ook samen? En is het IOC of de FIL (de internationale rodelbond) al bezig met gemixt dubbel rodelen?
Of is dat misschien weer een stap te ver?
Afbeelding: @Daniel Mihailescu / AFP via Getty Images
Reactie plaatsen
Reacties